De groei en bloei van de frambozenplant
De frambozenplant groeit met lange stengels, ook wel scheuten genoemd. Uit deze takken groeien de vruchten. De meeste frambozenrassen dragen hun vruchten op het hout dat vorig jaar is gegroeid. Na het dragen van vruchten sterven deze oude takken meestal af. Nieuwe scheuten die uit de grond komen, groeien in hetzelfde jaar nog omhoog tot flinke hoogte. Door het jaar heen zie je daarom oud en nieuw hout door elkaar in één struik. Om de struik gezond te houden en steeds nieuwe vruchten te krijgen, moet je de oude takken een stukje boven de grond afknippen. Zo maak je plek voor jonge scheuten, die het jaar erna weer vruchten gaan geven.
De groei en bloei van de frambozenplant gebeurt op een manier waarbij oude takken vaak afsterven na het dragen van vruchten en ruimte ontstaat voor nieuwe scheuten. Door dit principe kun je elke jaargang weer vruchten oogsten.
De beste periode om frambozen te snoeien
De periode waarin je het snoeien het beste kunt doen, hangt af van het soort frambozen. Zomerframbozen snoei je nadat je alle vruchten hebt geplukt, meestal in juli of augustus. Daarbij knip je alle bruine, verhoute takken weg die vrucht hebben gedragen. Laat de groene jonge twijgen staan, want daarop komt volgend jaar het fruit. Bij herfstframbozen werkt het anders. Die snoei je meestal in de wintermaanden, tussen november en februari. Je knipt dan alle stengels tot ongeveer 20 centimeter boven de grond terug. Dit maakt de struik klaar voor het volgende seizoen en laat hem sterk terug groeien als het weer warmer wordt.
Zo pak je het snoeien stap voor stap aan
- Begin altijd met scherp en schoon snoeigereedschap. Zo beschadig je de struik niet en voorkom je ziektes.
- Bij zomerframbozen zoek je eerst de takken op waaraan dit jaar vruchten groeiden. Deze voelen vaak stug en houtig aan. Knip deze tot net boven de aarde weg. Laat de jonge, groene takken blijven staan.
- Bij herfstframbozen mag je elke stengel tot ongeveer 20 centimeter boven de bodem afknippen. Dit lijkt eerst wat kaal, maar het is juist goed voor de plant.
- Verwijder tijdens het snoeien ook dunne, slappe takjes en takken die schuin groeien of in de weg zitten. Zo blijft de struik mooi open.
- Dat zorgt voor voldoende licht en lucht tussen de takken, waardoor de kans op schimmel kleiner wordt.
Nieuwe scheuten begeleiden en verzorgen
Na het snoeien zullen er weer nieuwe scheuten groeien. Geef deze jonge uitlopers de ruimte en help ze omhoog te groeien door ze langs een draad of hek te binden. Zo voorkom je dat de takken op de grond hangen. Dit maakt oogsten makkelijker en zorgt dat de vruchten schoon blijven. Geef in het voorjaar wat compost rondom de plant. Dit maakt de aarde vruchtbaar en stimuleert de groei. Daarnaast is het slim om soms even te controleren of er geen onkruid of wildgroei rondom je frambozen staat. Zo krijgen de jonge takken alle voeding die ze nodig hebben en groeien ze stevig uit tot sterke frambozenstruiken.
Veelgestelde vragen over frambozen snoeien
-
Wanneer kun je het beste beginnen met het snoeien van herfstframbozen?
Herfstframbozen snoeien doe je in de winter, van november tot en met februari. Zo heeft de plant de tijd om in het voorjaar weer nieuwe scheuten te maken.
-
Hoe zie je het verschil tussen oude en nieuwe takken bij zomerframbozen?
Oude takken waar vruchten aan hebben gezeten zien eruit als stug, bruin hout. Jonge scheuten zijn meestal groen, flexibel en groeien recht omhoog.
-
Waarom moeten frambozen elk jaar gesnoeid worden?
Jaarlijks snoeien zorgt ervoor dat de struik jong en gezond blijft. Nieuw hout geeft de grootste en meeste vruchten. Oude takken dragen geen fruit meer en nemen alleen ruimte in.
-
Is het erg als ik per ongeluk een jonge scheut wegknip?
Als je per ongeluk een jonge scheut afknipt bij zomerframbozen, is dat niet direct erg. De plant zal meestal zelf weer nieuwe uitlopers maken, maar je krijgt het volgende jaar wel wat minder vruchten.
-
Wat doe je met de takken na het snoeien?
Snoeiafval kun je versnipperen en op de composthoop gooien. Gooi het niet in de struik terug, want dit kan ziektes geven.



