Soorten slakken: een overzicht van alle groepen en wat ze onderscheidt

Er zijn wereldwijd ongeveer 65.000 bekende soorten slakken, verdeeld over drie leefomgevingen: zo’n 30.000 soorten leven in zee, ongeveer 5.000 in zoet water en nog eens 30.000 soorten op het land. De grootste indeling die je kunt maken, is die tussen slakken mét een huisje (huisjesslakken) en slakken zonder huisje (naaktslakken). Binnen die twee groepen bestaan tientallen families met elk hun eigen kenmerken, leefwijze en uiterlijk.

Of je nu een slak in de tuin tegenkomt, langs de waterkant of op het strand, de soort bepaalt hoe hij leeft, wat hij eet en of hij schade aanricht. Dit overzicht helpt je de belangrijkste soorten herkennen en begrijpen.

Huisjesslakken: slakken met een schelp

Huisjesslakken dragen een opgerolde schelp op hun rug. Die schelp biedt bescherming tegen uitdroging en tegen vijanden. Bij gevaar trekt de slak zich terug in het huisje en sluit de opening af met een slijmlaagje of een verhard vliesje, het zogeheten operculum. De vorm van de schelp verschilt sterk per soort: lang en spits, bolvormig, plat of bijna vlak.

De gewone tuinslak (Cornu aspersum, vroeger Helix aspersa) is waarschijnlijk de bekendste huisjesslak in Nederland en België. Hij heeft een bruingevlekte, bolvormige schelp van zo’n 3 tot 4 centimeter doorsnede. Je vindt hem in tuinen, langs heggen en op vochtige plekken. Hij vreet bladeren, groenten en fruit en is daardoor voor tuiniers een lastige soort.

De wijngaardslak (Helix pomatia) lijkt op de tuinslak maar is groter, met een schelp van soms 5 centimeter. In zuidelijke landen wordt hij als delicatesse gegeten. In Nederland en België komt hij van nature vooral voor op kalkrijke bodems, zoals in het heuvelland van Limburg. Hij staat in sommige regio’s als beschermde soort op de lijst.

De huisjesslak met een platte schelp, zoals de bosslak (Arianta arbustorum), leeft in vochtige bossen en langs beken. Zijn schelp is minder bol en heeft een opvallend smal navelgat. Deze soort eet voornamelijk rottend plantenmateriaal en vervult zo een rol in de afbraak van organisch materiaal.

Naaktslakken: soorten slakken zonder huisje

Naaktslakken hebben geen zichtbaar huisje meer. Evolutionair gezien zijn ze afstammelingen van huisjesslakken waarbij de schelp in de loop van miljoenen jaren sterk is gereduceerd of volledig verdwenen. Sommige soorten hebben nog een klein verborgen restschelp onder de huid. Zonder huisje zijn naaktslakken kwetsbaarder voor uitdroging, maar ze kunnen daardoor wel in bredere spleten, holten en de grond kruipen.

De grote wegslak (Limax maximus) is een van de grootste landslakken van Europa, met een lichaamslengte van soms 20 centimeter. Hij heeft een grijs-bruin lichaam met vlekken en strepen. Verrassend genoeg eet hij naast plantenmateriaal ook andere slakken en schimmels, wat hem minder schadelijk maakt voor de tuin dan veel mensen denken.

De spaanse slak (Arion vulgaris) is de beruchtste tuinpest onder de naaktslakken. Hij is oranje-rood tot donkerbruin van kleur en werd in de twintigste eeuw vanuit Zuid-Europa naar Noord-Europa verspreid, vermoedelijk via plantentransport. Hij eet bijna alles: groenten, bloemen, jonge bomen en zelfs aas. De soort plant zich snel voort en overwintert als ei in de bodem.

De zwarte wegslak (Arion ater) lijkt op de spaanse slak maar is van oorsprong inheems in Noord- en West-Europa. Hij is effen zwart of soms oranje van kleur en rolt zich bij gevaar op tot een bolvorm. Vergeleken met de spaanse slak is hij iets minder agressief in zijn eetgedrag.

Zoetwaterslakken

In sloten, vijvers en beken leven zo’n 5.000 soorten zoetwaterslakken wereldwijd. In Nederlandse en Belgische wateren zijn de meest voorkomende soorten de poelslak (Lymnaea stagnalis) en de posthoornslak (Planorbarius corneus). De poelslak heeft een slanke, spits toelopende schelp en kan tot 6 centimeter groot worden. Hij ademt lucht in en komt regelmatig naar het wateroppervlak. De posthoornslak heeft een platte, spiraalvormige schelp die lijkt op een platgeslagen slakkenhuis, en is populair in aquaria.

Zoetwaterslakken spelen een belangrijke rol in het ecosysteem. Ze eten algen, rottende planten en detritus, en zijn op hun beurt voedsel voor vissen, vogels en waterinsecten. Sommige soorten zijn gevoelig voor watervervuiling en gelden daardoor als indicator voor de waterkwaliteit.

Zeeslakken: de grootste groep

Met ongeveer 30.000 soorten vormen de zeeslakken de grootste groep. Ze leven in alle oceanen, van ondiepe kustwateren tot de diepzee. De meest bekende zijn de alikruiken (Littorina-soorten), die je kunt vinden op rotsen en in getijdenzones langs de kust. Ze hebben een kleine, ronde schelp en zijn in Nederland een traditioneel straatvoedsel.

Bijzonder zijn de zeenaaktslakken (nudibranchia), ook wel naaktkieuwigen genoemd. Ze hebben geen schelp en zijn vaak fel gekleurd in geel, rood, blauw of paars. Die kleuren werken als waarschuwing voor vijanden: veel soorten zijn giftig of smakeloos. Er zijn wereldwijd meer dan 3.000 soorten nudibranchia beschreven, variërend van enkele millimeters tot 30 centimeter.

De kegelslak (Conus-soorten) is een andere opvallende zeesoort. Deze slak heeft een conische schelp en jaagt op vis, wormen of andere weekdieren met een giftig harpoenachtig tand. Sommige soorten, zoals de geografi-kegelslak, zijn gevaarlijk voor mensen. Oppakken wordt sterk afgeraden.

Hoe onderscheid je de soorten van elkaar?

Bij huisjesslakken kijk je naar de vorm, kleur en grootte van de schelp, de draairichting van de spiraal (bijna altijd rechtsom) en de aanwezigheid van een navel aan de onderkant. Bij naaktslakken zijn de kleur, de positie van het ademgat (pneumostoom) en de structuur van het lichaam goede kenmerken. Bij zeeslakken helpen de schelpvorm en de leefomgeving je al een eind op weg.

Een handige vuistregel: vindt je de slak in de tuin en heeft hij geen huisje, dan gaat het in Nederland of België vrijwel zeker om een Arion-soort of een Limax-soort. Heeft hij wel een huisje en is de schelp groter dan 3 centimeter, dan is het waarschijnlijk een tuinslak of wijngaardslak.

Veelgestelde vragen over soorten slakken

Hoeveel soorten slakken zijn er in Nederland?
In Nederland zijn naar schatting zo’n 50 tot 70 soorten landslakken aanwezig, plus diverse zoetwatersoorten. Het exacte aantal varieert door taxonomische herindelingen en nieuwe waarnemingen.

Welke slakken zijn schadelijk in de tuin?
De spaanse slak en de gewone tuinslak richten de meeste schade aan in moestuinen en borders. De grote wegslak is juist minder schadelijk en eet soms andere slakken op.

Zijn alle naaktslakken hetzelfde?
Nee. Er zijn tientallen soorten naaktslakken in Nederland en België, met grote verschillen in grootte, kleur en eetgewoonten. De spaanse slak en de zwarte wegslak lijken op elkaar maar zijn aparte soorten met een andere herkomst.

Kunnen zeenaaktslakken gevaarlijk zijn?

Scroll naar boven