Eten mieren bladluizen op? Wat er echt tussen die twee gebeurt

Mieren eten bladluizen niet, ze beschermen ze juist. Bladluizen scheiden een zoete, kleverige stof uit die honingdauw heet, en mieren zijn daar dol op. Die honingdauw is voor mieren zo waardevol dat ze er alles aan doen om de bladluizen in leven te houden en te bewaken. Het is een samenwerking waarbij beide partijen iets winnen, maar voor jouw plant pakt dat slecht uit.

Hoe mieren en bladluizen samenwerken

Bladluizen prikken met hun monddelen in plantenstengels en bladnerven om plantensap op te zuigen. Dat sap is rijk aan suikers, maar bevat weinig eiwitten. Bladluizen nemen veel meer suikers op dan ze nodig hebben en scheiden het overschot uit als honingdauw. Mieren verzamelen die honingdauw als voedselbron. Ze strijken met hun voelsprieten over de achterkant van de bladluis om de afscheiding te stimuleren, een beetje zoals je een koe melkt.

In ruil daarvoor bewaken mieren de bladluiskolonie actief. Ze houden lieveheersbeestjes, gaasvliegen en andere natuurlijke vijanden van bladluizen op afstand. Ze bijten aanvallers weg en verplaatsen bladluiseierstjes soms zelfs naar veilige plekken in het mierennest voor de winter. Sommige mierensoorten transporteren bladluizen naar verse, sappige scheuten zodra de oude plant minder voedingsstoffen levert.

Eten mieren bladluizen in bepaalde omstandigheden toch?

In de meeste gevallen nee, maar er zijn uitzonderingen. Als een bladluiskolonie te groot wordt en de mieren een voedseltekort hebben, zijn er waarnemingen dat mieren individuele bladluizen opeten. Dit is geen standaard gedrag en ook niet de norm. Het gaat om een noodreactie, niet om actieve predatie. Zie het als een uitzondering op de regel: mieren zijn herders, geen jagers van bladluizen.

Sommige mierensoorten zonder sterke binding aan bladluizen eten ze wel op als ze ze tegenkomen, maar dat zijn niet de soorten die actief een samenwerking aangaan. Bij de zwarte wegmier en de bruine wegmier (de twee meest voorkomende tuinmieren in Nederland) staat de bescherming van bladluizen centraal.

Waarom je beide samen moet aanpakken

Als je alleen de bladluizen bestrijdt maar de mieren laat lopen, brengen de mieren snel nieuwe bladluizen naar de plant. Ze halen ze letterlijk van andere planten of uit hun nest en zetten ze weer op jouw roos, boontjes of appelboom. Andersom helpt alleen mieren verjagen ook maar tijdelijk: zonder bewakers komen de predatoren terug en daalt de bladluispopulatie vanzelf, maar als de mieren terugkomen starten ze gewoon opnieuw.

De meest effectieve aanpak richt zich op beide tegelijk:

  • Breng een kleverige barrière aan op de stam of stengel zodat mieren niet omhoog kunnen klimmen. Speciale mierenlijm of een lijmring werkt goed bij bomen en grotere planten.
  • Spuit of verwijder de bladluizen handmatig zodra de mieren geen toegang meer hebben. Zonder bewakers worden bladluizen snel opgegeten door lieveheersbeestjes en gaasvliegen.
  • Stimuleer natuurlijke vijanden door gevarieerde beplanting in de buurt te houden. Lieveheersbeestjes, sluipwespen en gaasvliegen reguleren bladluizen effectief zolang mieren ze niet verjagen.

Honingdauw als signaal

Zie je een kleverige laag op bladeren, tuinmeubilair of tegels onder een plant? Dat is honingdauw die van de bladluizen druipt. Op die honingdauw groeit vaak ook roetdauw, een zwarte schimmel die de plant verder verzwakt doordat ze minder licht opvangt. De aanwezigheid van mieren in een plant is daarmee een vroeg signaal dat er waarschijnlijk al een bladluiscolonie actief is, ook als je die zelf nog niet ziet.

Als je mieren omhoog ziet lopen langs een stam of stengel, kijk dan altijd eerst goed naar de jonge scheuten en de onderkant van bladeren. Daar zitten bladluizen het vaakst, en hoe sneller je ingrijpt, hoe minder schade de plant oploopt.

Scroll naar boven