Een gevleugelde bladluis is een bladluis die vleugels heeft gekregen om van plant naar plant te vliegen. Dat klinkt onschuldig, maar het betekent dat een nieuwe besmetting zich razendsnel kan verspreiden. Niet alle bladluizen hebben vleugels. Dat vleugels verschijnen, is geen toeval maar een bewuste reactie op omstandigheden.
Waarom krijgen bladluizen vleugels?
Bladluizen zijn normaal gesproken vleugelloos. Maar zodra de omstandigheden op een plant verslechteren, schakelt de kolonie over op een andere strategie: er worden gevleugelde exemplaren geboren. Dit gebeurt bij overbevolking op één plant, bij een tekort aan voedsel of bij slechte plantkwaliteit. De gevleugelde bladluis vliegt dan weg om ergens anders een nieuwe kolonie te starten.
Dit mechanisme is slim vanuit overlevingsoogpunt. De vleugels zijn geen permanent kenmerk van de soort, maar een aanpasbare eigenschap. Dezelfde soort kan dus zowel gevleugelde als vleugelloze nakomelingen produceren, afhankelijk van wat de situatie vraagt. Zo zorgt de kolonie ervoor dat ze nooit helemaal verdwijnt.
Wat doet een gevleugelde bladluis precies?
De gevleugelde bladluis verlaat de overvolle plant, vliegt naar een nieuwe gastheer en begint daar via ongeslachtelijke voortplanting snel een nieuwe kolonie op te bouwen. Bladluizen kunnen dit zonder paring doen: ze baren levende jongen, soms tientallen per dag. Eén gevleugelde bladluis die landt op een gezonde plant kan binnen een paar weken leiden tot honderden nakomelingen.
Dat maakt gevleugelde bladluizen extra gevaarlijk in de tuin of kas. Ze zijn de verspreidingsvorm van de plaag. Vleugelloze bladluizen blijven zitten waar ze zitten; de gevleugelde soort zoekt actief nieuwe planten op. Je ziet ze regelmatig rondfladderen tussen planten, wat soms verward wordt met andere kleine insecten zoals wittevlieg.
Hoe herken je een gevleugelde bladluis?
Een gevleugelde bladluis is klein, meestal twee tot vier millimeter lang. Ze hebben doorzichtige vleugels die ze in rust plat of dakvormig over hun lichaam leggen. De kleur varieert per soort: groen, zwart, geel, bruin of zelfs roze. Op de plant zitten ze vaak op jonge scheuten, de onderkant van bladeren of dicht bij de groeipunten.
Let ook op de bijkomende signalen: plakkerige dauw op de bladeren (honingdauw), misvormde of gekrulde bladeren en mieren die op en neer lopen langs de stengel. Mieren beschermen bladluizen omdat ze de honingdauw eten; als je mieren ziet op een plant, is de kans groot dat er bladluizen zitten, ook als je ze niet meteen ziet.
Gevleugelde bladluis bestrijden: wat werkt
Heb je een gevleugelde bladluis ontdekt, dan is snel handelen belangrijk. Omdat deze vorm zich actief verspreidt, is de kans groot dat naburige planten al bezocht zijn of binnenkort worden bezocht.
- Verwijder aangetaste plantdelen. Knip zwaar aangetaste scheuten weg en gooi ze niet op de composthoop maar in de vuilnisbak. Zo verwijder je direct een deel van de kolonie.
- Spuit met water. Een krachtige waterstraal spoelt bladluizen van de plant. Herhaal dit een paar dagen achter elkaar voor het beste effect.
- Gebruik natuurlijke vijanden. Lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen zijn effectieve bestrijders. In een kas kun je ze bewust introduceren via biologische bestrijdingsproducten.
- Insectenzeep of neemazijnzuur. Dit zijn plantaardige middelen die het waslaagje van de bladluis aantasten. Ze zijn relatief veilig voor bijen als je ze ’s avonds spuit, buiten de vluchturen van bestuivers.
- Gele vangplaten. Gevleugelde bladluizen worden aangetrokken door de kleur geel. Plakstroken met gele kleur vangen vliegende exemplaren voordat ze kunnen landen.
Chemische bestrijding werkt, maar heeft nadelen: het doodt ook nuttige insecten en kan resistent maken. Gebruik het alleen als andere methoden niet helpen en kies dan voor een middel dat specifiek is toegelaten voor het gebruik in de tuin.
Wanneer zijn gevleugelde bladluizen het actiefst?
Gevleugelde bladluizen vliegen het meest bij warm, droog weer van voorjaar tot vroege herfst. De piekperiode ligt globaal tussen april en september. Bij temperaturen boven de 20 graden en weinig wind verspreiden ze zich het snelst. In de kas kunnen ze het hele jaar actief blijven, omdat de omstandigheden daar constant zijn.
In het najaar schakelen sommige soorten over op geslachtelijke voortplanting. Ze leggen wintereieren op bomen of struiken, die in het voorjaar opnieuw uitkomen. Dit betekent dat bladluizen die je in de herfst denkt te hebben bestreden, de volgende lente gewoon terugkeren via een omweg.
Zie je gevleugelde bladluizen in je tuin, dan is dat een vroeg signaal dat de populatie onder druk staat en op het punt staat verder te verspreiden. Reageer je snel, dan houd je de schade beperkt en voorkom je dat meerdere planten tegelijk worden aangetast.



