Biologische bestrijding van bladluis werkt door de natuurlijke vijanden van bladluis in te zetten in plaats van chemische middelen. Denk aan lieveheersbeestjes, gaasvliegen en sluipwespen die bladluis opeten of parasiteren. Deze aanpak is veilig voor planten, mens en milieu, en werkt zowel in de tuin als in de kas.
Welke natuurlijke vijanden bestrijden bladluis?
De bekendste natuurlijke vijand is het lieveheersbeestje. Zowel de volwassen kever als de larve eet tientallen tot honderden bladluizen per dag. Larven van het gewone tweestippelig lieveheersbeestje zijn bijzonder vraatzuchtig en worden daarom ook commercieel ingezet in kassen.
Gaasvlieglarven zijn een andere goede optie. Ze zijn kleiner dan lieveheersbeestjestlarven, maar evenmin kieskeurig: ze zuigen bladluizen leeg en verwerken daarna tientallen per dag. Gaasvliegeitjes of -larven zijn te koop bij gespecialiseerde tuincentra en webshops voor biologische gewasbescherming.
Sluipwespen, met name de soort Aphidius colemani en Aphidius ervi, leggen hun eitjes in levende bladluizen. De larve groeit op binnen de bladluis, die daarna als een goudkleurig “mummie” overblijft. Sluipwespen zijn erg effectief bij lage tot matige bladluisbesmettingen en worden veel toegepast in kassen bij professionele telers.
Daarnaast zijn er nog roofgalmuggen (Aphidoletes aphidimyza), waarvan de oranje larven ’s nachts op bladluizen jagen, en bepaalde soorten roofwantsen die bladluis aanvallen. Al deze vijanden zijn commercieel verkrijgbaar als biologische bestrijdingsmiddelen.
Biologische bestrijding van bladluis in de tuin
In een gewone tuin kun je de biologische bestrijding stimuleren door omstandigheden te creëren die natuurlijke vijanden aantrekken. Bloeiende planten zoals venkel, dille, korenbloem en phacelia trekken gaasvliegen en sluipwespen aan. Een insectenhotel of een stapel takken biedt schuilplaatsen voor lieveheersbeestjes.
Vermijd brede insecticiden, ook de zogenaamd mildere varianten op basis van pyrethrine, zolang er natuurlijke vijanden actief zijn. Die middelen doden namelijk ook de bladluisbestrijders. Ben je twijfelachtig over een product, check dan of het een toelating heeft als biologisch middel in Nederland (het Ctgb-register is hiervoor de officiële bron).
Wil je zelf lieveheersbeestjes of gaasvliegen aanschaffen? Koop dan soorten die van nature in Nederland voorkomen, zoals het tweestippelig of zevenstippelig lieveheersbeestje. Uitheemse soorten zoals de Aziatische lieveheersbeestje (Harmonia axyridis) kunnen inheemse soorten verdringen en worden afgeraden.
Biologische bestrijding van bladluis in de kas
In een kas is de biologische bestrijding van bladluis het meest gecontroleerd toepasbaar. Er zijn geen wind, regen of andere factoren die roofinsecten wegjagen. Professionele telers introduceren sluipwespen preventief, al voordat de bladluisbesmetting merkbaar is. Dit heet “banker plant”-systeem: een aparte plant met een alternatieve bladluissoort (die de gewassen niet aantast) houdt de sluipwespenpopulatie op peil.
Voor hobbyisten met een kleine kas of serre zijn sets met gaasvlieglarven of lieveheersbeestjelarven praktisch en betaalbaar. Let op de gebruiksaanwijzing: de meeste roofinsecten werken het best bij temperaturen boven de 15 graden Celsius en bij een redelijke luchtvochtigheid.
Wanneer werkt biologische bladluisbestrijding niet goed?
Biologische bestrijding heeft zijn grenzen. Bij een zware plaag, waarbij planten al krom staan van de bladluizen, zijn roofinsecten te langzaam. Ze verminderen de populatie, maar redden een aangetaste plant niet altijd op tijd. In dat geval helpt het om eerst handmatig te ingrijpen: spuit de bladluizen eraf met een straaltje water of verwijder zwaar aangetaste scheuten. Daarna kunnen de biologische bestrijders het overnemen.
Mieren beschermen bladluizen actief, omdat ze de honingdauw eten die bladluizen afscheiden. Als je mieren ziet lopen op aangetaste planten, pak dan eerst de mieren aan (lijmringen om de stam of poten van plantenbakken) voordat je roofinsecten inzet.
Ook bij koude perioden (onder de 10 graden) zijn de meeste roofinsecten nauwelijks actief, terwijl bladluizen zich in een verwarmde kas of op een beschutte plek gewoon blijven vermenigvuldigen.
Biologische middelen naast natuurlijke vijanden
Naast levende roofinsecten zijn er middelen die biologisch zijn toegelaten en bladluis aanpakken zonder de roofinsecten te schaden. De bekendste zijn:
- Insectenzeep (kaliumzeepmiddel): verstikt bladluizen bij direct contact. Werkt snel, maar heeft geen nawerking.
- Pyrethrine op basis van chrysanthen: let op, dit middel raakt ook nuttige insecten. Gebruik het alleen als er geen roofinsecten aanwezig zijn.
- Neemazaadextract (azadirachtine): verstoort de vervelling en voortplanting van bladluizen, minder schadelijk voor roofinsecten dan pyrethrine.
- Koolzaadolie-emulsies: smeren de wasbeschermlaag van bladluizen dicht en drogen ze uit.
Deze middelen zijn het meest effectief als aanvulling op biologische bestrijders, niet als vervanging ervan. Gebruik ze gericht op de plekken met de grootste aantasting en spuit bij voorkeur ’s avonds, als bijen en andere nuttige insecten minder actief zijn.
Biologische bestrijding van bladluis vraagt iets meer geduld dan een chemisch middel, maar geeft op de langere termijn een stabieler evenwicht in de tuin of kas. Begin preventief, houd mieren in de gaten en combineer roofinsecten met ondersteunende biologische middelen bij ernstige aantasting. Zo houd je bladluis onder controle zonder schade aan nuttige insecten of het milieu.



