Bladluis is een klein, rond insectje van slechts een paar millimeter groot, en je kunt het gewoon met het blote oog zien. Ze zitten vaak dicht opeen gepakt op bladeren, stengels of jonge scheuten van planten. De kleur varieert sterk: groen, geel, zwart, bruin, roze of zelfs oranje. Die kleur hangt meestal af van de plantensoort waarop ze leven.
Het zijn zachte, peervormige diertjes met zes poten en twee antennes. Aan het achterlijf zie je bij de meeste soorten twee kleine buisjes, de zogenaamde sifonen. Die details zijn klein, maar bij nadere blik goed zichtbaar. Bladluizen bewegen traag en vliegen zelden weg als je ze stoort.
Kleur en formaat: hoe ziet bladluis eruit in de praktijk?
De meest voorkomende bladluis in Nederlandse tuinen is groen. Denk aan de groene rozenluis of de groene perzikbladluis. Maar er zijn ook soorten die helemaal zwart zijn, zoals de zwarte bonenluis. Die zie je veel op tuinbonen en viburnum. Gele en bruine soorten komen voor op grassen en granen. Sommige soorten, zoals de wollige appelbladluis, zijn bedekt met een wit, wolachtig laagje waardoor ze er poederig uitzien.
Qua formaat gaat het om insecten van 1 tot 3 millimeter. Ze zijn duidelijk kleiner dan een erwt, maar groter dan de meeste mijten. Omdat ze in grote groepen bij elkaar leven, vallen ze op als een dichte laag op de plant. Wil je zeker weten of het bladluizen zijn, kijk dan of je de poten en de typische peervorm kunt zien.
Waar zitten ze op de plant?
Bladluizen zoeken de zachte, sappige delen van planten op. Je vindt ze het vaakst aan de onderkant van jonge blaadjes, op jonge scheuten en rondom bloemknoppen. Bij een zware aantasting bedekken ze soms de hele stengel. De bovenkant van het blad is minder populair, maar bij veel luizen zie je daar wel de schade: gebobbeld, gekruld of verkleurd blad.
Een andere aanwijzing zijn mieren. Mieren zijn dol op de honingdauw die bladluizen uitscheiden. Als je veel mieren langs een stengel omhoog ziet lopen, is de kans groot dat er een bladluizenkolonie bovenin zit. Kijk dan eens goed aan de onderkant van de blaadjes.
Gevleugelde en ongevleugelde bladluizen
Niet alle bladluizen zien er hetzelfde uit, ook binnen dezelfde soort. Als een kolonie te groot wordt of de plant te weinig voedsel biedt, ontstaan er gevleugelde exemplaren. Die zijn iets slanker dan de typisch ronde, ongevleugelde vorm en hebben twee paar doorzichtige vleugels. Ze verspreiden zich zo naar andere planten. De gevleugelde variant is iets moeilijker te herkennen als bladluis, maar heeft dezelfde peervorm en sifonen.
Bladluizen versus andere insecten: de verschillen
Bladluizen worden soms verward met andere kleine insecten. Een paar herkenningspunten op een rij:
- Bladluis vs. wants: wantsen zijn platter en harder van lichaam, bladluizen zijn zacht en peervormig.
- Bladluis vs. schildluis: schildluizen zitten stiller, hebben een harde schild en bewegen nauwelijks. Bladluizen zie je kruipen.
- Bladluis vs. wittevlieg: wittevliegjes zijn sneeuwwit en vliegen direct weg als je de plant aanraakt. Bladluizen blijven zitten.
- Bladluis vs. mijt: mijten zijn kleiner (minder dan 1 mm) en hebben acht poten in plaats van zes.
Als het insectje zacht en peervormig is, niet wegvliegt, in groepen zit en je sifonen ziet aan het achterlijf: dan heb je te maken met bladluis. Die combinatie van kenmerken maakt ze goed te onderscheiden van andere kleine insecten die je op planten tegenkomt.



