Planten tegen mollen: welke werken en hoe zet je ze in?

Sommige planten houden mollen op afstand, simpelweg omdat mollen de geur ervan niet kunnen uitstaan. De bekendste zijn de mollenplant (Euphorbia lathyris), keizerskroon (Fritillaria imperialis) en Look-zonder-look (Allium ursinum). Door deze strategisch in je tuin te plaatsen of in mollengangen te leggen, maak je de tuin minder aantrekkelijk voor deze gravers.

Planten die mollen weren: een overzicht

Niet elke plant werkt even sterk, maar er zijn er een paar die erom bekendstaan dat mollen ze mijden. Dit zijn de meest gebruikte:

  • Mollenplant (Euphorbia lathyris): de naam zegt het al. Dit is de meest genoemde plant als het gaat om mollen weren. De plant scheidt een melksapachtige stof af die mollen sterk afstoot. Let op: het sap is giftig voor mensen en huisdieren, dus draag handschoenen bij het snoeien.
  • Keizerskroon (Fritillaria imperialis): de bol en bloem hebben een doordringende, vossige geur. Mollen lijken hier een sterke afkeer van te hebben. Plant de bollen in de herfst voor een resultaat in het voorjaar.
  • Knoflook (Allium sativum) en sierui (Allium): alle Allium-soorten hebben een sterke geur die mollen onaangenaam vinden. Sieruien zijn ook decoratief, dus je combineert nut met een fraaie tuin.
  • Look-zonder-look (Allium ursinum): vergelijkbaar met knoflook in werking en geur. Groeit goed in halfschaduwige plekken.
  • Zwarte vlier (Sambucus nigra): de wortels van de vlier zouden mollen afschrikken. Een vlierstruik als grensbeplanting kan helpen om de tuin rondom te beschermen.

Planten in mollengangen leggen

Een directe aanpak is om verse takjes of bollen van geurende planten rechtstreeks in de mollengangen te stoppen. Dat doe je door de gang voorzichtig open te maken, een stuk geurende plant (zoals knoflook of een takje vlier) erin te leggen en de gang weer dicht te drukken. Mollen registreren de geur in hun gang en zullen de route vaker verlaten. Dit is geen permanente oplossing, maar kan tijdelijk verlichting geven terwijl je de tuin aanpast met meer permanente beplanting.

Hoe zet je planten tegen mollen het slimst in?

Los van elkaar hebben deze planten een beperkt effect. Ze werken het best als je ze combineert en strategisch plaatst. Een paar praktische tips:

  • Plant mollenplanten en keizerskronen niet op één plek, maar verspreid door de tuin, langs de randen en tussen moestuinbedden.
  • Combineer bovengrondse beplanting met bollen in de grond. Zo is de geur op meerdere niveaus aanwezig.
  • Vervang bollen van keizerskroon elk jaar of elke twee jaar, want de werking neemt af naarmate de bol ouder wordt en minder geur afgeeft.
  • Gebruik de beplanting als onderdeel van een bredere aanpak, samen met mollenafweermiddelen op basis van geur (zoals castorolie) of trilpinnen.

Wat je moet weten over de effectiviteit

Eerlijk gezegd is er geen wetenschappelijk bewijs dat deze planten mollen structureel en volledig uit een tuin verbannen. Veel tuiniers zweren bij de mollenplant of keizerskroon, maar anderen merken weinig verschil. Mollen zijn hardnekkige dieren die voornamelijk op zoek zijn naar regenwormen. Als jouw grond vol wormen zit, zal een geurplant alleen dat niet compenseren. Zie beplanting als een aanvulling, niet als de enige oplossing.

De meeste tuiniers hebben het beste resultaat door geurende planten te combineren met andere maatregelen, zoals het minder aantrekkelijk maken van de grond voor wormen (minder water geven in droge periodes) of het plaatsen van trilpinnen die de mol onrustig maken. Planten tegen mollen zijn een milde, diervriendelijke maatregel die zeker het proberen waard is, maar verwacht er geen wonderen van als ze alleenstaand worden ingezet.

Scroll naar boven