Robertskruid is een hardnekkig onkruid dat zich snel verspreidt in schaduwrijke hoeken van de tuin. Het plant behoort tot de geraniumfamilie en duikt op in borders, onder hagen, tussen tegels en op vochtige plekken waar weinig zon komt. Zodra je het herkent en begrijpt hoe het zich verspreidt, kun je het effectief aanpakken.
Hoe herken je robertskruid als onkruid?
Robertskruid (Geranium robertianum) heeft diep ingesneden, geveerde blaadjes die op een acanthusblad lijken. De stengels zijn roodachtig en de plant heeft kleine, felroze bloempjes met vijf blaadjes. Een opvallend kenmerk is de sterke, onaangename geur die vrijkomt als je de plant aanraakt of breekt. Die geur helpt je het snel te onderscheiden van andere planten in de tuin.
De plant wordt 20 tot 50 centimeter hoog en groeit het liefst op vochtige, humeuze en schaduwrijke plekken. Je vindt het regelmatig aan de voet van muren, tussen rotsblokken, langs paden en onder struiken. Het is een eenjarige of tweejarige plant, maar doordat het enorme hoeveelheden zaad produceert en die zaadjes actief wegschiet, lijkt het net of de plant overblijvend is.
Waarom is robertskruid zo’n lastig onkruid?
De reden dat robertskruid als onkruid zo vervelend is, zit in zijn zaadverspreiding. De zaadhulsjes schieten bij rijpheid de zaden centimeters tot meters weg. Daardoor bezet een enkele plant snel een groot stuk border. Bovendien kiemen de zaden vlot en groeit de plant snel genoeg om in één seizoen opnieuw zaad te vormen.
Robertskruid gedijt juist op plekken waar je als tuinier minder snel langskomt: onder dichte heesters, in de schaduw van een schuur of in krappe kieren tussen stenen. Daardoor groeit het ongestoord door totdat het al lang zaad heeft gevormd. Tegen die tijd is de schade al gedaan.
Robertskruid verwijderen: zo pak je het aan
De meest effectieve methode is met de hand wieden, bij voorkeur als de grond vochtig is. Het wortelstelsel is relatief oppervlakkig en de plant komt er vrij gemakkelijk uit. Zorg dat je dit doet vóórdat de bloemen zaad hebben gezet, want dat is het moment waarop de verspreiding pas echt losbarst.
- Wied vroeg in het seizoen, al vanaf het prille voorjaar als de kiemplantjes nog klein zijn.
- Verwijder de hele plant inclusief de wortel, anders groeit hij terug.
- Gooi verwijderde planten niet op de composthoop als ze al bloemen of zaaddozen hebben, maar doe ze in de groenbak.
- Herhaal het wieden elke twee tot drie weken gedurende het groeiseizoen om nieuwe kiemplanten bij te houden.
Chemische bestrijding is mogelijk met een breed werkend onkruidmiddel op basis van glyfosaat, maar dat is in de meeste situaties in de tuin overdreven. Je raakt daarmee ook gewenste planten in de buurt. In een border kies je beter voor handmatig wieden dan voor een chemisch middel.
Voorkomen dat robertskruid terugkomt
Het structureel voorkomen van robertskruid als onkruid draait om twee dingen: de kiemomstandigheden beperken en de grond bezet houden met gewenste planten. Robertskruid kiemt goed in kale, vochtige grond. Zorg je voor een dichte bodembedekking, dan heeft het weinig ruimte om voet aan de grond te krijgen.
Een laag mulch van 5 tot 8 centimeter houtsnippers of boomschors helpt flink. Die laag houdt het oppervlak donker en droogt de bovenste grondlaag iets meer uit, wat kieming remt. Bodembedekkers zoals aardbeiganzerik, pachysandra of waldsteinia zijn goede keuzes voor schaduwrijke plekken waar robertskruid graag groeit. Die verdringen het vanzelf.
Check ook structureel plekken die je normaal overslaat bij het wieden: de achterkant van borders, onder lage struiken en langs funderingen. Dat zijn de hoekjes waar robertskruid zich ongestoord kan vermenigvuldigen.
Robertskruid is geen onkruid dat je met één actie de tuin uitwerkt. Het vraagt om regelmatige aandacht, vooral in de lente en vroege zomer. Wie consequent wiedt vóór de zaadzetting en de grond bedekt houdt, heeft na één of twee seizoenen duidelijk minder last van dit hardnekkige plantje.



