Het beste moment om onkruid te sproeien is in de lente of het vroege begin van de zomer. Onkruid groeit dan volop, de grond is vochtig en de middelen werken het meest effectief. Maar ook het tijdstip van de dag en het weer op dat moment maken een groot verschil voor het resultaat.
Wanneer onkruid sproeien: het juiste seizoen
Lente en vroege zomer zijn de beste periodes om onkruid te sproeien. Onkruid staat dan in de groeifase: het is actief, neemt voedingsstoffen op en vervoert die naar de wortels. Dat is precies het moment waarop een herbicide goed doordringt en ook de wortel raakt. Spuit je te vroeg in het seizoen, terwijl de plant nog nauwelijks blad heeft, dan is de opname minimaal. Spuit je te laat, als onkruid al zaad heeft gezet, dan heb je het probleem voor volgend jaar al niet meer opgelost.
Zomer is ook nog een bruikbaar moment, zolang de planten niet gestrest zijn door extreme droogte of hitte. Drooggestrest onkruid sluit zijn huidmondjes en neemt het middel nauwelijks op. Herfst is alleen zinvol voor hardnekkige meerjarige onkruiden zoals ridderzuring of kweekgras, die dan nog actief voedingsstoffen naar de wortels verplaatsen.
Het beste tijdstip op de dag
Spuit bij voorkeur in de ochtend of vroege avond. Dan is het koeler, staat er minder wind en droogt het middel langzamer op. Hoe langer een herbicide nat op het blad blijft, hoe beter de opname. Op een warme zonnige middag verdampt het spuitmiddel snel en dringt het nauwelijks door.
Een vuistregel: spuit niet als de temperatuur boven de 25 graden Celsius ligt. Bij te veel hitte werkt het middel onvoldoende én neemt de kans op ongewenste verstuiving toe. Bij minder dan 10 graden geldt hetzelfde: het onkruid staat dan op een laag pitje en reageert nauwelijks.
Welke weersomstandigheden zijn geschikt?
De ideale weersomstandigheden om onkruid te sproeien zijn:
- Droog weer: spuit niet vlak voor of na regen. Een herbicide heeft minstens 2 tot 6 uur nodig om in te drogen, afhankelijk van het product. Regen spoelt het anders weg voordat het werkt.
- Weinig wind: bij meer dan 3 tot 4 Beaufort (zo’n 15 tot 20 km/u) waait het middel naar planten die je wilt sparen.
- Geen felle zon: bewolkt maar droog weer is ideaal. Het middel droogt dan langzamer en werkt beter.
- Temperatuur tussen 10 en 25 graden Celsius: dit is het werkzame bereik voor de meeste herbiciden.
Wanneer beter niet sproeien
Er zijn situaties waarin sproeien meer kwaad dan goed doet. Spuit nooit vlak voor of tijdens regen: het middel wordt weggespoeld en komt onverdund in het riool of oppervlaktewater terecht. Dat is ook wettelijk verboden bij veel middelen. Spuit ook niet bij harde wind, op bevroren grond of als er vorst is voorspeld in de nacht erna, want het onkruid verwerkt het middel dan niet goed.
Onkruid dat al bloeit of zaad heeft gezet, is ook een minder geschikt moment voor sproeien. Je voorkomt dan geen verdere verspreiding meer. Verwijder dat soort onkruid liever handmatig of maai het af voordat het zaad rijp is.
Meerdere jaren meerjarig onkruid aanpakken
Hardnekkige meerjarige onkruiden zoals brandnetel, akkerdistel en zevenblad vraag je met één behandeling vaak niet weg. Die zijn in het voorjaar het kwetsbaarst, als ze net volgroeid blad hebben maar nog niet bloeien. Soms is een tweede behandeling in het najaar nodig, als de plant energie naar de wortels terugtrekt. Houd er rekening mee dat je effect soms pas na twee tot drie weken ziet.
Kies het juiste moment en de omstandigheden zijn je bondgenoot. Spuit je op het verkeerde tijdstip, dan verspil je middel, geld en moeite én belast je de omgeving onnodig. Lente, droog weer, weinig wind en een gematigde temperatuur: dat is de combinatie die het beste resultaat geeft.



