De mierenkoningin: rol, leven en bijzondere taken uitgelegd

De mierenkoningin is het hart van elke mierenkolonie. Zonder haar bestaat de kolonie simpelweg niet: zij is de enige mier die eieren legt en zo zorgt voor nieuwe werksters, soldaten en toekomstige koningen en koninginnen. Alles in de kolonie draait om haar voortplanting en overleving.

Wat doet de mierenkoningin precies?

De koningin legt eieren, dag in dag uit. Dat is haar enige taak. Ze verzamelt geen voedsel, bewaakt het nest niet en voedt de larven niet zelf op. Dat doen de werkstermieren voor haar. Zij voeden de koningin, beschermen haar en zorgen dat de eieren en larven de juiste warmte en vochtigheid krijgen. De koningin geeft via feromonen (geurstoffen) signalen af die het gedrag van alle andere mieren in de kolonie sturen. Zo “weet” de kolonie hoeveel eieren er gelegd worden en of er nieuwe koninginnen nodig zijn.

In drukke periodes kan een koningin van sommige soorten wel duizenden eieren per dag leggen. Bij grote tropische soorten zoals de bladsnijdermier legt de koningin tijdens haar leven vele miljoenen eieren in totaal. Bij Europese soorten liggen die aantallen lager, maar ook daar gaat het al snel om honderdduizenden nakomelingen gedurende haar leven.

Hoe wordt een mier koningin?

Niet elke vrouwelijke mier wordt automatisch koningin. Of een larve uitgroeit tot koningin of werkster, hangt af van hoe ze gevoed wordt tijdens de larven-fase. Larven die speciaal voedsel krijgen, rijker aan eiwitten en vetten, groeien uit tot koninginnen. Larven die minder bijzonder voedsel krijgen, worden werksters. De werkstermieren bepalen dus mede wie er koningin wordt, afhankelijk van de behoeften van de kolonie.

Jonge koninginnen worden geboren met vleugels. Ze verlaten het nest tijdens de zogenoemde bruidsvlucht: een periode, vaak in de zomer, waarbij nieuwe koninginnen en mannelijke mieren samen de lucht in gaan om te paren. Na de paring sterven de mannelijke mieren. De bevruchte koningin landt, breekt haar eigen vleugels af (of verliest ze vanzelf) en zoekt een geschikte plek om een nieuw nest te beginnen.

Hoe lang leeft een mierenkoningin?

De mierenkoningin leeft veel langer dan andere mieren in de kolonie. Werkstermieren leven afhankelijk van de soort enkele weken tot een paar maanden. Een koningin kan afhankelijk van de soort tientallen jaren oud worden. Van de zwarte tuinmier (Lasius niger), een veel voorkomende Europese soort, zijn koninginnen bekend die meer dan 25 jaar oud werden in laboratoriumomstandigheden. In de natuur is de levensverwachting korter door predatoren en andere gevaren, maar nog altijd veel langer dan die van werksters.

Die lange levensduur is belangrijk: een kolonie heeft tijd nodig om te groeien. Een jonge koningin die net een nieuw nest begint, heeft in de eerste jaren maar een handvol werksters. Pas na meerdere jaren groeit de kolonie uit tot een goed functionerende gemeenschap van soms wel honderdduizenden mieren.

Kan een kolonie meer dan één koningin hebben?

Dat hangt af van de soort. Sommige mierensoorten, zoals de Europese vuurmier (Myrmica rubra), leven in kolonies met meerdere koninginnen tegelijk. Dit heet polygynie. Andere soorten, zoals de zwarte tuinmier, hebben in principe één koningin per nest. Bij die soorten wordt een nieuwe koningin die het nest probeert binnen te komen soms gedood door de werksters. Ze herkennen haar als indringer via haar feromonen.

In kolonies met meerdere koninginnen verloopt de samenwerking anders: er is minder strijd om de voortplanting en de kolonie kan sneller groeien, maar ook sneller uiteenvallen in kleinere groepen.

Wat gebeurt er als de koningin sterft?

Sterft de koningin zonder dat er een opvolgster is, dan is de kolonie ten dode opgeschreven. Er komen geen nieuwe eieren meer, werksters sterven van ouderdom en de kolonie krimpt totdat ze verdwijnt. Bij sommige soorten kunnen werksters onder bepaalde omstandigheden onbevruchte eieren leggen, maar daaruit komen alleen mannelijke mieren. Dat vertraagt het einde, maar lost het probleem niet op.

Alleen als de kolonie op tijd een nieuwe koningin heeft grootgebracht, kan ze voortbestaan. Dat is waarom werksters veel energie steken in het opkweken van nieuwe koninginnen als de bestaande koningin oud of ziek wordt.

De mierenkoningin is daarmee minder een “heerseres” dan ze lijkt: ze bestuurt niets actief, maar is de onmisbare motor van de kolonie. Zonder haar leggende functie stopt alles. Dat maakt haar niet machtig in de menselijke zin, maar wel absoluut onvervangbaar voor het voortbestaan van de kolonie.

Scroll naar boven