Grote mieren in je tuin: dit zijn ze en wat je erover moet weten

Die grote mieren die je ineens ziet lopen zijn hoogstwaarschijnlijk koninginnetjes of mannetjesmieren. Ze vallen op omdat ze duidelijk groter zijn dan de gewone werksters die je door het jaar heen ziet. Grote mieren duiken vooral op in het tweede deel van de zomer, als mierenkolonies klaar zijn voor hun jaarlijkse vlucht.

Waarom zijn sommige mieren zo veel groter?

In een mierenkolonie zijn niet alle dieren even groot. De werksters zijn de kleinste mieren die je ziet: zij doen al het werk in en rondom het nest. Maar koninginnetjes en mannetjesmieren zijn een stuk forsere exemplaren. Een koninginnetje van de gewone tuinmier (Lasius niger) kan meer dan twee keer zo groot zijn als een werkster. Mannetjesmieren zijn ook groter dan werksters, maar ze zijn slanker en hebben vleugels.

Dit verschil in grootte heeft alles te maken met functie. Koninginnetjes moeten genoeg energie opslaan om een nieuwe kolonie te stichten en jaren lang eitjes te leggen. Mannetjesmieren hebben maar één taak: paren. Daarna sterven ze snel.

Wanneer verschijnen grote mieren?

Grote mieren zie je voornamelijk aan het einde van de zomer, ruwweg tussen juli en september. Dit is de periode van de zogeheten bruidsvlucht, ook wel de vliegende mieren dag genoemd. Koninginnetjes en mannetjesmieren verlaten het nest met vleugels en vliegen op om te paren. Na het paren verliest het koninginnetje haar vleugels en gaat op zoek naar een plek om een nieuwe kolonie te stichten. Mannetjesmieren sterven kort daarna.

Vind je op een warme zomerdag opeens tientallen of zelfs honderden grote mieren in je tuin? Dan is de kans groot dat je midden in een bruidsvlucht zit. Dit fenomeen vindt bij veel kolonies tegelijk plaats, wat het voor vogels moeilijker maakt om alle vliegende mieren op te eten.

Grote mieren herkennen: koninginnetje of mannetje?

Het is makkelijker dan je denkt om koninginnetjes van mannetjesmieren te onderscheiden:

  • Koninginnetje: groot en gedrongen gebouwd, heeft vleugels voor de vlucht maar verliest ze daarna. Na de vlucht zie je ze kruipen op de grond, op zoek naar een nestplek.
  • Mannetje: iets kleiner dan het koninginnetje, slank gebouwd, heeft vleugels en houdt die ook. Heeft een relatief groot hoofd met grote ogen.
  • Werkster: de kleinste van de drie, geen vleugels, zie je het hele jaar door lopen.

Bij de gewone zwarte tuinmier is het koninginnetje zo’n 8 tot 9 millimeter lang, terwijl werksters rond de 3 tot 5 millimeter meten. Dat scheelt dus zichtbaar.

Wat moet je doen als je grote mieren ziet?

In de meeste gevallen hoef je helemaal niets te doen. De bruidsvlucht duurt maar een paar uur tot een dag, waarna de grote mieren vanzelf verdwijnen. Mannetjes sterven snel, en koninginnetjes kruipen weg om een nest te starten. Dat nieuwe nest begint zo klein dat je er in eerste instantie niets van merkt.

Wil je voorkomen dat er een nieuwe kolonie in je tuin of huis ontstaat, let dan op koninginnetjes die binnenkruipen via kieren of spleten. In huis paren ze niet verder, maar ze kunnen wel proberen te nestelen in een muur of onder een vloer. Een koninginnetje die je buiten vindt na de vlucht, kun je rustig laten gaan; dat hoort bij de natuur.

Grote mieren zijn dus geen reden voor alarm. Ze zijn een normaal en tijdelijk verschijnsel dat hoort bij de jaarcyclus van mierenkolonies. Zie je ze in de zomer, dan zit de natuur gewoon op schema.

Scroll naar boven