Bladluis soorten: welke kom je tegen en hoe herken je ze?

Er zijn tientallen bladluis soorten die in Nederlandse tuinen en op kamerplanten voorkomen. De bekendste zijn de groene bladluis, de zwarte bonenluis, de gele rozenluis, de groene perzikluis en de beukenbladluis. Elke soort heeft zijn eigen voorkeursgastheer en uiterlijk, waardoor je ze met een beetje oefening goed uit elkaar kunt houden.

Bladluizen zijn kleine, zachtlijvige insecten van doorgaans 1 tot 4 millimeter groot. Ze leven in kolonies en zuigen plantensap op, wat leidt tot gekrulde bladeren, groeivertraging en soms roetdauw door de honingdauw die ze uitscheiden. Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende soorten.

De meest voorkomende bladluis soorten op een rij

Groene bladluis is de meest algemene soort die je tegenkomt. Zoals de naam zegt is hij groen van kleur, maar hij kan ook lichtgeel of roze zijn afhankelijk van de plant waarop hij leeft. Hij valt op vrijwel alles aan: rozen, groenten, sierbloemen en struiken. Jonge scheuten en bladonderkanten zijn zijn favoriete plek.

Zwarte bonenluis (Aphis fabae) is diepzwart tot donkergroen en makkelijk te herkennen aan de dichte, zwarte klonten op stengels en bladstelen. Hij is bijzonder actief op tuinbonen, maar ook op spinazie, aardappelen en sierplanten zoals dahlia en nasturtium. In het voorjaar begint hij op de kardinaalsmuts of sneeuwbal voordat hij overschakelt naar zijn zomergastheer.

Groene perzikluis (Myzus persicae) is lichtgroen en glanzend, en een van de gevaarlijkste soorten omdat hij meer dan 150 plantensoorten aantast en tientallen virusziekten kan overbrengen. Je vindt hem op paprika, tomaat, sla en koolsoorten, maar ook op sierkruiden en kamerplanten. Hij ontwikkelt snel resistentie tegen bestrijdingsmiddelen.

Gele rozenluis (Rhodobium porosum) is bleekgeel tot geelgroen en leeft bijna uitsluitend op rozen. Hij veroorzaakt gekrulde, misvormde bladeren en is actief van het vroege voorjaar tot ver in de zomer. Op rozenknoppen zie je hem vaak in grote aantallen zitten.

Beukenbladluis (Phyllaphis fagi) is een groenachtige, wollige luis die witte wasdraden afscheidt waardoor hij eruitziet alsof hij bedekt is met dons. Je vindt hem bijna altijd op de onderkant van beukenbladeren. Een zware besmetting zorgt voor zoveel honingdauw dat de bladeren glimmen en er zwarte roetdauw op ontstaat.

Melige bladluis is herkenbaar aan een wit, wasachtig poeder dat de luizen bedekt. Ze zitten vaak diep in de hart van koolsoorten, selder of sla en zijn daardoor moeilijker te bereiken dan soorten die openlijk op bladoppervlakken zitten.

Bladluizen op specifieke planten

Sommige soorten zijn sterk gespecialiseerd en kom je vrijwel alleen op één plantensoort tegen. Dat maakt herkenning makkelijker als je weet wat je teelt.

  • Rozenluis: gele rozenluis en groene bladluis op rozen.
  • Groente: groene perzikluis op paprika en sla, zwarte bonenluis op tuinbonen en spinazie.
  • Bomen en hagen: beukenbladluis op beuk, dennenluis op coniferen, populierenbladluis op populieren.
  • Koolsoorten: melige koolluis op spruitkool, boerenkool en broccoli.
  • Fruitbomen: appelbladluis en bloedluis op appel en peer.

Hoe onderscheid je de soorten van elkaar?

Je hoeft geen entomoloog te zijn om de meest voorkomende soorten te herkennen. Let op drie dingen: kleur, textuur en de plant waarop ze zitten. Een zwarte klomp op tuinbonen is bijna altijd de zwarte bonenluis. Een wit, donzig beslag op beukenbladeren wijst op de beukenbladluis. Groene luizen op rozen zijn in de meeste gevallen de gele rozenluis of de gewone groene bladluis.

De grootte en het lichaam geven ook informatie. Gevleugelde exemplaren zijn er bij vrijwel elke soort: ze ontstaan wanneer een kolonie te groot wordt of de plant uitgeput raakt, en ze vliegen dan naar een nieuwe gastheer. Gevleugelde luizen zijn iets kleiner en donkerder dan hun ongevleugelde soortgenoten.

Welke soort is het lastigst te bestrijden?

De groene perzikluis staat bekend als de moeilijkste soort. Hij ontwikkelt snel resistentie, waardoor chemische middelen minder lang werken. Bovendien verspreidt hij zich snel van plant naar plant. Voor deze soort is het slim om direct bij de eerste signalen in te grijpen, liefst met water en zeepoplossing of door sluipwespen en lieveheersbeestjes de ruimte te geven.

De zwarte bonenluis is weliswaar makkelijker zichtbaar, maar door zijn enorme reproductietempo kan een kolonie in een paar dagen volledig uit de hand lopen. Verwijder aangetaste toppen van tuinbonen direct met de hand; dat is bij deze soort vaak de snelste ingreep.

Weet je welke bladluis soort je voor je hebt, dan kies je veel gerichter hoe je ermee omgaat: de juiste aanpak hangt sterk af van de soort en de plant waarop hij zit.

Scroll naar boven