Waar komen vliegende mieren vandaan? De uitleg op een rij

Vliegende mieren komen uit een bestaand mierennest in de grond, in hout of in een muur. Ze zijn geen apart soort, maar gewone mieren die tijdelijk vleugels hebben gekregen om te paren. Zodra dat is gelukt, vallen de vleugels af en beginnen de bevruchte vrouwtjes een nieuw nest.

Waarom hebben ze opeens vleugels?

In een mierennest leven drie soorten: werksters, koninginnen en mannetjes. De werksters hebben nooit vleugels. De koninginnen en mannetjes krijgen die wel, maar alleen in de aanloop naar de bruidsvlucht. Dat is de periode waarin jonge koninginnen en mannetjes het nest verlaten om te paren in de lucht. Na de vlucht sterven de mannetjes, en de bevruchte koninginnen bijten hun eigen vleugels af en zoeken een plek voor een nieuw nest.

De vleugels zijn dus een tijdelijk hulpmiddel voor de voortplanting, geen blijvend kenmerk. Een vliegende mier is eigenlijk gewoon een mier in de paarfase van zijn leven.

Waar komen vliegende mieren precies vandaan?

Ze komen altijd uit een nest in de buurt. Dat nest zit vaak dieper dan je denkt: in de grond onder een terrastegel, in de spouw van een muur, in rottend hout of onder een stoep. Het nest zelf bestaat al maanden of jaren voordat je de vliegende mieren ziet. Je merkt het pas op het moment van de bruidsvlucht, omdat er dan opeens tientallen of honderden mieren tegelijk naar buiten komen.

Als je vliegende mieren binnenshuis ziet, dan is de kans groot dat het nest zich in of direct aan je huis bevindt. Denk aan de ruimte onder vloerplanken, rondom een verwarmingsbuis of in een houten kozijn. Ze volgen het licht en vliegen naar ramen en lampen, waardoor het lijkt alsof ze van buiten binnenkomen. Soms is dat ook zo, maar dan zijn ze via een kier of open raam naar binnen gevlogen.

Wanneer verschijnen ze en waarom allemaal tegelijk?

Vliegende mieren verschijnen meestal in de zomer, vaak tussen juni en augustus. Ze wachten op de juiste weersomstandigheden: warm, vochtig en vrijwel windstil weer na een periode van regen. Meerdere nesten in een gebied reageren op dezelfde omstandigheden, waardoor je soms grote zwermen ziet die van meerdere locaties tegelijk afkomstig zijn.

Dit gesynchroniseerde gedrag is geen toeval. Hoe meer nesten tegelijk uitvliegen, hoe groter de kans op succesvolle paring tussen mieren van verschillende nesten. Dat is gunstig voor de genetische variatie.

Welke soorten zijn het?

In Nederland en België zie je bij bruidsvluchten het vaakst de gewone zwarte wegmier (Lasius niger). Die is ook de meest voorkomende mier in tuinen en onder tegels. Andere soorten die je kunt tegenkomen zijn de gele weidemier en de rode bosmier, maar die leven minder vaak dichtbij huizen.

Je kunt een vliegende mier onderscheiden van een vliegende termiet door naar het lichaam te kijken. Mieren hebben een duidelijk ingesnoerd middenstuk (het “wespentailletje”), twee vleugels van ongelijke lengte en geknikte voelsprieten. Termieten hebben een recht lichaam, vier vleugels van gelijke lengte en rechte voelsprieten.

Komen ze ieder jaar terug?

Ja, als het nest in de buurt blijft bestaan, zie je ieder jaar opnieuw een bruidsvlucht. Het moedernest groeit elk jaar verder en stuurt jaarlijks nieuwe koninginnen en mannetjes de lucht in. De vliegende mieren zelf veroorzaken geen schade, maar het nest waar ze vandaan komen kan hinderlijk zijn, zeker als het zich in een muur of onder een vloer bevindt.

Vliegende mieren zijn dus een signaal: ergens in de buurt zit een volwassen mierennest dat groot genoeg is om aan voortplanting te doen. Ze zijn geen invasie van buitenaf, maar het zichtbare bewijs van iets wat al langer onder de oppervlakte aanwezig was.

Scroll naar boven