Onkruid herkennen begint met letten op bladvorm, groeiwijze en wortels. De meeste tuinen hebben te maken met een handvol hardnekkige soorten die steeds terugkomen. Als je weet welk onkruid je voor je hebt, weet je ook hoe je het het beste aanpakt.
Waarom het type onkruid herkennen zo belangrijk is
Niet elk onkruid vraag je op dezelfde manier aan. Een plant met een lange penwortel, zoals paardenbloem, moet je tot diep uit de grond verwijderen. Trek je alleen de bovenkant af, dan groeit hij gewoon weer terug. Onkruid met uitlopers, zoals zevenblad, verspreidt zich via de wortels onder de grond. Dan helpt trekken nauwelijks en moet je consequent blijven wieden. Wie blind aan de slag gaat, verliest meer tijd dan nodig.
De meest voorkomende soorten onkruid herkennen
Paardenbloem (Taraxacum officinale) is voor de meeste mensen het makkelijkst te herkennen: getande bladeren die plat op de grond liggen, en een gele bloem die later een witte pluizenbol wordt. De wortel kan tot 30 centimeter diep gaan. Met een wortelstek of -vork verwijder je hem het beste in zijn geheel.
Zevenblad (Aegopodium podagraria) heeft, zoals de naam al zegt, bladen die zijn opgebouwd uit zeven (of soms negen) deelblaadjes. De plant groeit via een fijn netwerk van witte wortelstokken. Zelfs een klein stukje wortel dat achterblijft, groeit opnieuw uit. Dit is een van de lastigste onkruiden in de tuin.
Brandnetel (Urtica dioica) herken je aan de hartvormige, gezaagde bladeren met brandharen. Ze groeien rechtop en kunnen flink hoog worden. Brandnetels hebben zowel zaad als uitlopers, dus aanpak van twee kanten is slim. Draag altijd handschoenen.
Herderstasje (Capsella bursa-pastoris) is een klein plantje met een rozet van ingesneden bladeren vlak bij de grond. De zaadhuisjes lijken op kleine driehoekige hartjes of tasjes, vandaar de naam. Het plant zich snel via zaad voort, dus verwijder het voor de bloei.
Muur (Stellaria media) is een laagblijvend, fijnbladig plantje met kleine witte bloemetjes. Het groeit snel en bedekt de bodem als een tapijt. Muur is relatief makkelijk weg te trekken, maar zaait zich enorm snel uit. Wieden voor de zaadvorming is hier het sleutelwoord.
Klaver (Trifolium) heeft de bekende drielobbige blaadjes. Witte klaver kruipt via uitlopers over de grond en kan een gazon snel overnemen. In een border is het minder agressief, maar hij zaait ook uit. Klaver is niet per se schadelijk, maar concurreert met gewenste planten om ruimte en voedingsstoffen.
Akkerdistel (Cirsium arvense) is een stevige plant met stekelige bladeren en paarse bloemen. De wortels gaan diep en verspreiden zich horizontaal. Weghakken is tijdelijk, de plant groeit terug vanuit de wortel. Consequent maaien voor de bloei verzwakt hem wel langzaam.
Groot hoefblad (Tussilago farfara) bloeit vroeg in het jaar met gele bloemen op een gevlekte steel, nog voor de bladeren verschijnen. De bladeren die later komen zijn groot en hartvormig. De plant groeit via uitlopers en houdt van vochtige, kale grond. Goed bedekken met bodembedekkers helpt om hem buiten te houden.
Vogelmuur lijkt op muur maar groeit iets forser. Hij bloeit bijna het hele jaar door en zaait extreem snel uit. Verwijder hem zo vroeg mogelijk in het seizoen.
Handige kenmerken om snel onderscheid te maken
- Bladrand: getand (paardenbloem), glad (klaver), stekelig (distel)
- Bladopbouw: enkelvoudig of samengesteld uit meerdere deelblaadjes (zevenblad, klaver)
- Groeivorm: rechtop, kruipend of rozet vlak bij de grond
- Wortels: penwortel (paardenbloem), uitlopers (zevenblad, klaver), vezelig (muur, herderstasje)
- Bloem of zaad: bloeit al onkruid? Dan verspreidt het zich via zaad; haal het weg voor de bloei
Wanneer is het de juiste tijd om onkruid te herkennen én te verwijderen?
Jong onkruid herkennen is makkelijker gezegd dan gedaan, maar loont altijd. Kleine plantjes zijn makkelijker te verwijderen en hebben nog geen zaad gevormd. De beste momenten om te wieden zijn na een regenbui, als de grond zacht is, of vroeg in de lente voor de eerste groeigolf echt op gang komt. In droge periodes breekt de stengel vaak af terwijl de wortel in de grond blijft.
Let ook op de plek: zevenblad duikt vaak op in schaduwrijke hoeken, muur en herderstasje op open, voedselrijke grond, en distels op drogere, verstoorde bodems. De groeiomstandigheden geven je al een eerste hint over welke soort je voor je hebt, nog voor je goed naar het blad hebt gekeken.
Twijfel je over een plant? Laat hem iets groter worden voor je hem verwijdert, zodat je meer kenmerken kunt zien. En vergeet niet: sommige planten die je misschien als onkruid beschouwt, zoals brandnetel of klaver, hebben ook ecologische waarde voor insecten. Of je ze laat staan of verwijdert, is uiteindelijk een eigen keuze.



