Lieveheersbeestjes zijn een van de meest effectieve natuurlijke vijanden van bladluis. Zowel de volwassen kevertjes als hun larven eten bladluizen, waarbij larven tot wel 100 bladluizen per dag kunnen verorberen. Heb je een ernstige plaag in je tuin of kas, dan is het inzetten van lieveheersbeestjes een biologische aanpak die echt werkt.
Larven of volwassen lieveheersbeestjes: wat zet je in?
De larven van het lieveheersbeestje zijn de ware eters. Een larve vreet naar schatting 200 tot 400 bladluizen tijdens zijn gehele larvenstadium, maar op actieve dagen kan dat oplopen tot zo’n 100 stuks per dag. Volwassen lieveheersbeestjes eten ook bladluizen, maar minder intensief dan larven. Voor een gerichte bestrijding van een bladluisplaag zijn larven dan ook de betere keuze.
Larven zijn in de handel verkrijgbaar via biologische bestrijdingsbedrijven. Je bestelt ze op naam: de soort die je koopt is meestal Adalia bipunctata, het tweestippelig lieveheersbeestje. Dat is de soort die in Nederland van nature voorkomt en geschikt is voor gebruik in zowel de tuin als de kas.
Wanneer en hoe zet je lieveheersbeestjes in tegen bladluis?
Timing is belangrijk. Zet larven in zodra je de eerste bladluizen ziet, dus bij het begin van de plaag. Wacht je te lang, dan is de bladluispopulatie al zo groot dat zelfs veel larven de achterstand moeilijk inhalen. De beste periode is het voorjaar en de vroege zomer, als bladluis actief begint te verschijnen op jonge scheuten.
Praktische stappen bij het inzetten van larven:
- Bestel larven zo kort mogelijk voor gebruik, want ze zijn levend en moeten snel worden ingezet.
- Strooi of leg de larven zo dicht mogelijk bij de aangetaste planten, bij voorkeur ’s ochtends vroeg of op een bewolkte dag om uitdroging te voorkomen.
- Vermijd contact met insecticiden in de periode rondom het inzetten. Chemische middelen doden larven ook.
- Controleer na een week of de populatie afneemt. Bij een zware plaag kun je een tweede ronde inzetten.
Hoeveel larven heb je nodig?
Als richtlijn geldt: hoe zwaarder de plaag, hoe meer larven je nodig hebt. Voor een paar aangetaste rozenstruiken of een enkel beddenk in de moestuin is een kleine hoeveelheid al voldoende. Voor een grotere kas of een omvangrijke plaag heb je meer larven per vierkante meter nodig. Leveranciers geven meestal een doseeradvies op basis van het aangetaste oppervlak; volg dat op voor de beste resultaten.
Werkt het echt?
Biologische bestrijding met lieveheersbeestjes werkt goed bij een beginnende of matige bladluisplaag. Bij een explosieve plaag op veel planten tegelijk is de aanpak minder snel dan chemisch ingrijpen. Het voordeel is dat je geen residuen op je planten krijgt en dat je de natuurlijke balans in je tuin ondersteunt in plaats van verstoort.
Een bijkomend voordeel: als de larven verpopt zijn en volwassen worden, blijven ze in de buurt zolang er voedsel is. Ze vertrekken pas als de bladluispopulatie sterk is afgenomen, wat betekent dat ze ook preventief werken zolang ze aanwezig zijn.
Wanneer zijn lieveheersbeestjes juist niet de beste keuze?
Bij een massale plaag die al weken gaande is, of bij een ernstige aantasting van kwetsbare planten waarbij snel handelen noodzakelijk is, bieden larven niet altijd snel genoeg uitkomst. Overweeg dan een combinatie: verwijder eerst handmatig of met een waterstraal een groot deel van de luizen, en zet daarna larven in voor de rest. Ook in een koude periode zijn larven minder actief en eten ze minder.
Lieveheersbeestjes zijn geen wondermiddel, maar ze zijn een eerlijke, milieuvriendelijke keuze als je bladluis wil aanpakken zonder chemie. Zet ze vroeg in, geef ze de kans om te werken, en combineer ze waar nodig met andere mechanische maatregelen voor het beste resultaat.



