Er zijn wereldwijd meer dan 20.000 bekende soorten mieren, en ook in Nederland kom je tientallen verschillende soorten tegen. De meest voorkomende soort in ons land is de wegmier (Lasius niger), die je vrijwel overal tegenkomt: in tuinen, onder tegels en langs paden. Maar er is veel meer verscheidenheid dan die vertrouwde zwarte mier in je achtertuin. Dit overzicht laat zien welke soorten mieren er zijn, hoe je ze herkent en wat ze van elkaar onderscheidt.
Soorten mieren in Nederland: de meest voorkomende
Nederland telt tientallen inheemse miersoorten. De meeste leven in de grond, in hout of onder stenen. Hieronder staan de soorten die je het vaakst tegenkomt.
- Wegmier (Lasius niger): de bekendste en meest algemene mier van Nederland. Zwart tot donkerbruin, 3 tot 5 mm groot. Bouwt nesten in de grond, vaak onder tegels of aan de rand van paden. Houdt bladluizen voor de honingdauw die ze produceren.
- Gele weidemier (Lasius flavus): klein en geel van kleur, 2 tot 4 mm. Leeft bijna volledig ondergronds en is daardoor zelden te zien. Bouwt opvallende heuvels in graslanden en weilanden.
- Moeraswegmier (Lasius umbratus): gelijkend op de gewone wegmier maar met een lichtere, meer geelbruine kleur. Parasiteert tijdelijk op andere Lasius-soorten bij het stichten van een nieuwe kolonie.
- Rode bosmier (Formica rufa): een grote, opvallende mier van 4 tot 9 mm. Bouwt bekende koepelnesten van dennennaalden en plantendelen in bossen. Speelt een belangrijke rol in het bosecosysteem door insecten te bestrijden.
- Zwarte housmier (Lasius fuliginosus): glanzend zwart en iets groter dan de gewone wegmier. Nestelt in oud hout, zoals holle bomen of schuttingen. Herkenbaar aan de glanzende chitinepantser en de geur van citrus die ze afgeven als ze verstoord worden.
- Pissebedmier (Ponera coarctata): een kleine, bruine mier die weinig opvalt. Leeft in kleine kolonies in de grond en jaagt op kleine geleedpotigen. Komt in heel Europa voor maar wordt zelden waargenomen.
- Tuinmier of steekmier (Myrmica rubra): roodbruin van kleur, 4 tot 5 mm. Kan steken, wat bij sommige mensen een irriterende reactie geeft. Komt veel voor in tuinen, bermen en vochtige plekken.
Soorten mieren wereldwijd: bijzondere families en groepen
Buiten Nederland zijn er miersoorten die veel opvallender zijn in gedrag, formaat of sociale structuur. Ze laten zien hoe breed de variatie binnen deze insectengroep is.
Bladsnijdermieren (Atta en Acromyrmex) leven in Midden- en Zuid-Amerika. Ze snijden bladstukken en dragen die naar hun nest, maar eten de bladeren zelf niet. Ze gebruiken ze als voedingsbodem voor een schimmel die ze kweken en vervolgens eten. Kolonies kunnen bestaan uit miljoenen individuen.
Heirlegers of trekmieren (Eciton en verwante geslachten) in tropisch Afrika en Amerika hebben geen vast nest. Ze trekken als grote groepen door het landschap en overmeesteren alles wat op hun pad komt. Een kolonie kan meer dan een miljoen werksters tellen.
Weefmieren (Oecophylla) bouwen nesten door bladeren aan elkaar te lijmen. Ze gebruiken daarvoor de larven van hun eigen kolonie, die zijde afscheiden. Deze mieren leven in tropisch Afrika en Azië en zijn agressief in de verdediging van hun territorium.
Zilveren mier (Cataglyphis bombycina) leeft in de Sahara en is een van de warmteresistentste insecten ter wereld. Ze foerageert alleen in de heetste uren van de dag, als hun roofdieren de hitte niet aankunnen. Ze navigeren met behulp van de stand van de zon en polarisatielicht.
Hoe herken je soorten mieren van elkaar?
Mieren van elkaar onderscheiden is niet altijd makkelijk, maar er zijn een paar kenmerken die helpen.
- Kleur: variëert van zwart en donkerbruin tot geel, rood en zelfs groenig glanzend. Kleur alleen is geen betrouwbaar kenmerk, maar helpt wel bij de eerste inschatting.
- Grootte: sommige soorten zijn maar 1 tot 2 mm klein, anderen zoals de rode bosmier worden 9 mm of groter.
- Taille (petiolus): het smalle deel tussen borststuk en achterlijf kan uit een of twee segmenten bestaan. Dit is een van de betrouwbaarste kenmerken bij het determineren van soorten.
- Nestype: een koepelnest van plantmateriaal wijst al snel op een bosmier. Een kaal zandheuveltype past eerder bij de wegmier of gele weidemier.
- Gedrag: sommige soorten zijn erg agressief of steken, andere zijn schuw en trekken zich snel terug.
Mierenkasten en neststructuur
Elke mierenkolonie bestaat uit drie groepen: de koningin (of meerdere koninginnen), de werksters en de geslachtsdieren. Werksters zijn altijd vrouwtjes en zijn onvruchtbaar. Ze verzorgen het nest, zoeken voedsel en bewaken de kolonie. De koningin legt eieren, soms duizenden per dag. Geslachtsdieren (mannetjes en jonge koninginnen met vleugels) verlaten het nest tijdelijk tijdens de bruidsvlucht om te paren. Na de paring sterven de mannetjes en beginnen de bevruchte koninginnen een nieuw nest.
De grootte van een kolonie verschilt sterk per soort: van een paar honderd individuen bij de pissebedmier tot tientallen miljoenen bij sommige tropische soorten.
Invasieve soorten: mieren die je liever niet hebt
Niet alle miersoorten die je tegenkomt zijn inheems. Een aantal invasieve soorten verspreidt zich door menselijk transport en kan schade aanrichten aan ecosystemen of infrastructuur.
De Argentijnse mier (Linepithema humile) is een van de meest succesvolle invasieve soorten ter wereld. Ze vormen superkolonies waarbij nesten van hetzelfde genetische netwerk samenwerken in plaats van te concurreren. In Zuid-Europa zijn hele regio’s bezet door één doorlopende superkolonie.
De vurige mier (Solenopsis invicta) komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en is inmiddels aangetroffen in Noord-Amerika, Australië en delen van Europa. Hun steek is pijnlijk en kan bij mensen met een allergie gevaarlijk zijn. Ze verdringen inheemse soorten snel.
De faraomier (Monomorium pharaonis) is klein (circa 2 mm) en geel. Ze nestelen graag in verwarmde gebouwen en zijn moeilijk te bestrijden omdat een kolonie bij verstoring meerdere nieuwe nesten kan stichten.
Veelgestelde vragen over soorten mieren
Hoeveel soorten mieren zijn er in Nederland?
In Nederland komen naar schatting zo’n 70 tot 80 miersoorten voor, waarvan een deel zeldzaam of alleen regionaal aanwezig is. De meest algemene soorten zijn de wegmier, de gele weidemier en de tuinmier.
Zijn alle mieren schadelijk voor de tuin?
De meeste inheemse mierensoorten zijn niet schadelijk. Ze l



