Rode mieren zijn mieren met een roodbruine tot oranje kleur, en in Nederland en België kom je ze het vaakst tegen in de vorm van de rode bosmier. Deze mieren leven in grote kolonies in bossen en zijn herkenbaar aan hun opvallende kleur en hun typische koepelvormige nesten van dennennaalden en takjes. Ze spelen een belangrijke rol in het bos en kunnen bij verstoring stevig bijten en mierenzuur spuiten.
Welke rode mieren leven er in Nederland en België?
In Nederland en België worden twee soorten samen aangeduid als “rode bosmier”: de gewone rode bosmier (Formica rufa) en de kale rode bosmier (Formica polyctena). Beide soorten lijken sterk op elkaar en zijn zonder goed te kijken nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Het grootste verschil zit in het aantal koninginnen per nest: Formica rufa heeft meestal één koningin per nest, terwijl Formica polyctena meerdere koninginnen kan herbergen. Dat maakt Formica polyctena kolonies vaak groter en agressiever in hun uitbreiding.
Naast de rode bosmier kom je in Nederland ook de rode wegmier (Myrmica rubra) tegen. Deze soort is kleiner dan de bosmier en leeft vaker in tuinen, weilanden en langs paden. De rode wegmier staat bekend om haar pijnlijke steek: anders dan de bosmier heeft ze een angel en kan ze meerdere keren steken. Mensen verwarren de rode wegmier en de rode bosmier regelmatig, maar het zijn duidelijk verschillende soorten.
Hoe herken je rode mieren?
De rode bosmier is een middelgrote tot grote mier met een lichaamslengte van ongeveer 4 tot 9 millimeter. Werksters zijn kleiner dan de koningin, die 9 tot 11 millimeter lang kan worden. De kleur varieert van oranjerood op de borst en het achterlijf tot zwart op de kop. Het nest is makkelijk herkenbaar: een koepel van plantenmateriaal die soms tot een meter hoog kan worden. Onder de koepel liggen uitgebreide gangen in de grond.
De rode wegmier is kleiner, zo’n 4 tot 5 millimeter, en heeft een egaler roodbruine kleur. Ze bouwt geen opvallende koepels maar nestelt onder stenen, in boomstronken of in losse grond. Als je een nest verstoort, zie je de werksters snel en chaotisch wegrennen, terwijl ze de larven in veiligheid brengen.
Wat eten rode mieren en wat doen ze in het bos?
Rode bosmieren eten een breed menu: insecten, rupsen, dode dieren, zaden en de honingdauw die bladluizen afscheiden. Ze “melken” bladluizen actief door ze met hun voelsprieten te stimuleren honingdauw af te geven. In ruil daarvoor beschermen de mieren de bladluizen tegen vijanden. Dit is een goed voorbeeld van een wederzijds voordelige relatie in de natuur.
In het bos zijn rode bosmieren nuttig als opruimers en als bestuivers. Ze verslinden enorme hoeveelheden schadelijke insecten en rupsen, waardoor ze indirect de gezondheid van bomen beschermen. Een groot nest kan dagelijks tienduizenden insecten verwerken. Vogels zoals de groene specht zijn er dol op en pikken ze direct uit het nest.
Bijten rode mieren?
De rode bosmier bijt stevig en spuit daarna mierenzuur in de wond. Dat geeft een branderig gevoel, maar is voor de meeste mensen niet gevaarlijk. Mensen met een allergie voor insectengif kunnen echter sterker reageren. Blijf uit de buurt van een mierennest en vermijd het aanraken of verstoren ervan.
De rode wegmier steekt met een angel en kan dat meerdere keren achter elkaar doen. De steek voelt scherp en branderig aan, vergelijkbaar met een wespensteek maar minder intens. Bij kinderen en mensen met een gevoelige huid kan de plek rood en gezwollen worden. Stap je per ongeluk in een nest, stap er dan snel uit en veeg eventuele mieren van je huid af.
Zijn rode mieren beschermd?
De rode bosmier staat in Nederland op de lijst van beschermde diersoorten. Je mag nesten niet opzettelijk verstoren, vernielen of verplaatsen. In de praktijk betekent dat: blijf op de paden in het bos en raak nesten niet aan. Boswachters en ecologen mogen onder strikte voorwaarden nesten verplaatsen als dat nodig is voor beheerswerkzaamheden.
De rode wegmier in de tuin is niet beschermd. Als je overlast hebt van rode wegmieren binnenshuis of op een terras, kun je het nest proberen te bestrijden. Dat doe je het effectiefst door de koningin te bereiken, want zolang de koningin leeft, blijft de kolonie groeien. Er zijn speciale mierenkorrels en -gel die werksters meenemen naar het nest en zo de hele kolonie bereiken.
Rode mieren in de tuin: overlast of niet?
Rode bosmieren kom je zelden in de tuin tegen; ze horen thuis in bossen met naaldbomen. De rode wegmier is de soort die je eerder in de tuin aantreft. Een enkele kolonie in de tuin is meestal geen probleem en zelfs nuttig, omdat de mieren bladluizen reguleren en de grond luchtig maken. Overlast ontstaat pas als nesten direct onder tegels zitten, de mieren de keuken binnenkomen of in grote aantallen mensen steken.
Wil je rode mieren in de tuin weren zonder ze te bestrijden? Zorg dat etenswaren goed afgesloten zijn, verwijder stapels hout of stenen die als nestplaats dienen, en gooi compost regelmatig om. Dat maakt de tuin minder aantrekkelijk als nestplek, zonder dat je de mieren actief hoeft te bestrijden.
Rode mieren zijn in de meeste gevallen geen bedreiging, maar een teken van een gezond ecosysteem. In het bos verdienen ze bescherming; in de tuin is wat gezond verstand genoeg om prettig naast ze te leven.



