Onkruid in kunstgras is vervelend, maar goed te verwijderen. De eenvoudigste aanpak is het onkruid met de hand uittrekken, bij voorkeur vlak na regen als de grond wat losser is. Lukt dat niet voldoende, dan zijn zout, verdund azijn of een onkruidverdelger goede alternatieven. Welke methode het beste werkt, hangt af van hoe hardnekkig het onkruid is en hoeveel last je ervan hebt.
Hoe groeit er überhaupt onkruid in kunstgras?
Kunstgras heeft geen aarde nodig om te groeien, maar onkruid wel. Toch verschijnt het regelmatig. Dat komt doordat er organisch materiaal, zoals bladeren, zand, stof en vogelmest, tussen de kunstgrasvezel en het infill (de ingevulde korrels van rubber of zand) terechtkomt. Dit laagje organisch materiaal is genoeg voor zaad om te kiemen. Zaden waaien vanuit de omgeving aan, of worden door vogels meegebracht.
Onkruid groeit ook langs de randen van kunstgras, waar de ondergrond grenst aan een border of tegels. Daar is meer ruimte voor wortels om vat te krijgen. Hoe meer organisch afval zich ophoopt, hoe groter de kans op onkruid.
Methode 1: met de hand uittrekken
Voor kleine hoeveelheden onkruid is uittrekken de snelste en veiligste methode. Trek het onkruid zo diep mogelijk weg, inclusief de wortels. Doe dit bij voorkeur op een dag dat het licht geregend heeft, want dan laat de onderlaag iets los en breekt de wortel minder snel af. Breekt de wortel toch af, groeit het onkruid daarna gewoon terug.
Gebruik eventueel een onkruidsteker of smalle schoffel om bij onkruid te komen dat tussen de vezels zit. Let op dat je de kunstgrasvezels en het infill niet beschadigt of wegschoffeld.
Methode 2: zout strooien
Grof zout doodt onkruid door het vocht uit de plant te onttrekken. Strooi het direct op het onkruid, niet op de hele mat. Zout heeft geen effect op de kunstgrasvezels zelf, maar gebruik het spaarzaam: als het in grote hoeveelheden in de ondergrond trekt, kan het op lange termijn schadelijk zijn voor naastgelegen planten of een border.
Na regen lost het zout op en werkt het sneller. Daarna kun je het dode onkruid eenvoudig verwijderen.
Methode 3: azijn verdund met water
Een mengsel van één deel azijn en twee delen water werkt goed als onkruidbestrijder op kunstgras. Spuit dit direct op het onkruid bij droog weer, zodat het niet meteen verdund raakt door regen. Het azijnzuur tast de bladeren aan en doodt de plant geleidelijk.
Gebruik gewone witte azijn of azijnzuur uit de supermarkt. Hogere concentraties, zoals azijnzuur van 20% of meer, werken sterker maar zijn bijtend en minder veilig om mee te werken. Gewone azijn van 5% is voor de meeste gevallen voldoende.
Methode 4: een onkruidverdelger gebruiken
Bij hardnekkig of terugkerend onkruid kun je een chemisch verdelgingsmiddel inzetten. Kies een middel op basis van glyfosaat of een product dat specifiek voor verhardingen en bestrating is bedoeld. Lees de gebruiksaanwijzing goed: sommige middelen zijn niet geschikt voor gebruik naast watergangen of in de buurt van huisdieren en kinderen.
Controleer of het product veilig is voor de kunstgrasvezels zelf. In de praktijk hebben de meeste gangbare onkruidverdelgers geen effect op kunstgrasmatten, maar het is verstandig dit te checken bij de fabrikant of leverancier van jouw mat.
Onkruid in kunstgras voorkomen
Voorkomen werkt beter dan verwijderen. Houd de mat regelmatig schoon door bladeren, zaad en organisch afval te verwijderen. Gebruik hiervoor een blower of een hark die geschikt is voor kunstgras. Hoe minder organisch materiaal zich ophoopt, hoe minder kans zaad heeft om te kiemen.
Controleer ook de randen van je kunstgrasmat. Als die niet goed zijn afgedekt of ingeklemd, kruipt onkruid makkelijk van buitenaf naar binnen. Een strakke afwerking met een border, tegels of een houten rand helpt dit te beperken.
Onkruid in kunstgras is zelden een groot probleem als je de mat een paar keer per jaar naloopt. Met uittrekken of een beetje azijn ben je in de meeste gevallen al klaar. Alleen bij aanhoudend of terugkerend onkruid is een verdelger de moeite waard. Blijf ook na behandeling de mat schoonhouden, zodat het probleem zich niet opnieuw opbouwt.



