Onkruid met paarse bloemen in je tuin of gazon is bijna altijd een van een handvol veelvoorkomende soorten: hondsdraf, akkerdistel, paarse dovenetel, pinksterbloem of grote kattenstaart. De paarse kleur is een handig herkenningsmiddel, maar de soorten verschillen flink in groeiwijze, standplaats en hoe hardnekkig ze zijn. Hieronder zie je de meest voorkomende soorten op een rij, met de kenmerken die je helpen bij het herkennen.
Hondsdraf: de meest bekende met paarse bloemen
Hondsdraf (Glechoma hederacea) is waarschijnlijk het meest geziene onkruid met paarse bloemen in Nederlandse tuinen en gazons. Het is een lage, kruipende plant met ronde, gekartelde blaadjes en kleine blauwpaarse bloempjes die in het voorjaar, van maart tot mei, verschijnen. De plant verspreidt zich via uitlopers die over de grond groeien en op knooppunten wortelen. Dat maakt hondsdraf taai: als je hem uittrekt en een stukje uitloper achterblijft, groeit hij gewoon door.
Hondsdraf groeit goed in halfschaduw en vochtige bodems, maar past zich aan op vrijwel elke plek. Je vindt hem onder heggen, langs borders en dwars door gazongrassen heen. Een bijzonderheid: de plant heeft een licht muntachtige geur als je de blaadjes fijnwrijft. Dat helpt bij herkenning.
Paarse dovenetel en hennepnetel
Paarse dovenetel (Lamium purpureum) lijkt op hondsdraf, maar groeit rechtopstaand in plaats van kruipend, en wordt tot zo’n 25 centimeter hoog. De blaadjes zijn hartvormig en licht gerimpeld, de bloempjes zijn diep paarsroze en zitten in kransen om de stengel. Je treft hem vooral aan in moestuinen en borders met losse, voedselrijke grond. Hij kiemt door het hele groeiseizoen, waardoor er altijd nieuwe plantjes opstaan.
Hennepnetel (Galeopsis tetrahit) is een grotere verwant die ook paarsroze bloemen draagt, maar ruiger oogt en stekelige haartjes op de stengel heeft. Hij wordt tot 60 centimeter hoog en duikt op in moestuinen en op verstoorde grond.
Akkerdistel: hoog, stekelig en met paarse pluimen
De akkerdistel (Cirsium arvense) is direct herkenbaar aan de stekelige bladeren en de paarsroze, pluimachtige bloemen die op lange stengels zitten, soms tot meer dan een meter hoog. Hij bloeit van juni tot september. Akkerdistel heeft een diep wortelstelsel dat meters de grond in gaat, waardoor uitgraven weinig helpt: elk achtergebleven wortelstukje groeit opnieuw uit.
Akkerdistel is officieel een probleemonkruid op akkers, maar je treft hem ook aan in grotere tuinen, op braakliggende percelen en langs randen van gazons. De zaden worden met pluis meegevoerd door de wind, vergelijkbaar met paardenbloem.
Andere soorten met paarse bloemen die je kunt tegenkomen
Naast de drie bovenstaande zijn er nog andere soorten die regelmatig opduiken:
- Groot speenkruid wordt soms verward met paarsbloemige soorten, maar de echte paarse variant in vochtige bermen is de kattenstaart (Lythrum salicaria). Die groeit langs sloten en in natte tuinhoeken, met lange paarse bloemenaren van juni tot augustus.
- Ridderzuring heeft geen paarse bloem, maar de bitterzoet (Solanum dulcamara) wel: kleine paarse bloemetjes met gele meeldraden, herkenbaar als een miniversie van een aardappelbloem. Bitterzoet slingert omhoog langs hekken en struiken.
- Gewone brunel (Prunella vulgaris) is een laag, breed uitgroeiend plantje met compacte aren van paarsblauwe bloemen. Je vindt hem in gazons en op gazonnaden, en hij is minder makkelijk te verwijderen dan hij eruitziet.
- Klaver in de rode variant (Trifolium pratense) heeft paarsroze bloemen en duikt op in gazons, al wordt hij door veel mensen juist gewaardeerd als bijenplant.
Hoe herken je onkruid met paarse bloemen snel?
De snelste manier om soorten uit elkaar te houden, is door naar een combinatie van kenmerken te kijken. Gebruik daarvoor dit overzicht:
| Soort | Hoogte | Groeiwijze | Bloeitijd | Standplaats |
|---|---|---|---|---|
| Hondsdraf | 5 tot 15 cm | Kruipend | Maart tot mei | Gazon, halfschaduw |
| Paarse dovenetel | 10 tot 25 cm | Rechtop | Februari tot november | Moestuin, border |
| Akkerdistel | 50 tot 120 cm | Rechtop, worteluitlopers | Juni tot september | Open, zonnige plekken |
| Gewone brunel | 5 tot 20 cm | Rozetvormig, laag | Mei tot oktober | Gazon, grasland |
| Bitterzoet | 30 tot 150 cm | Slingerend | Mei tot september | Vochtig, naast struiken |
| Kattenstaart | 50 tot 120 cm | Rechtop | Juni tot augustus | Waterrand, nat |
Let bij twijfel altijd op de combinatie van bladvorm, groeihoogte en of de plant kruipt, klimt of rechtop staat. Daarmee kom je bij vrijwel alle voorkomende soorten met paarse bloemen al een heel eind. Wil je een soort bestrijden, dan is de groeiwijze (kruipend via uitlopers, diep wortelend of zaadvormend) bepalend voor de aanpak die het beste werkt.



