Aaltjes tegen bladluis: werkt het en hoe zet je ze in?

Aaltjes zijn geen effectief middel tegen bladluis. Dit klinkt misschien verrassend, maar aaltjes (nematoden) bestrijden insecten die in of op de grond leven, zoals emelten, varenrouwmuglarven of engerlingen. Bladluizen zitten op het blad en de stengels van planten, en daar komen aaltjes niet. Voor bladluis zijn andere biologische bestrijders veel beter geschikt.

De verwarring ontstaat doordat biologische bestrijding van bladluis en de inzet van aaltjes allebei onder “natuurlijke plaagbestrijding” vallen. Maar het zijn heel verschillende methoden voor heel verschillende plagen. Wil je bladluis echt aanpakken zonder chemische middelen, dan ben je beter af met larven van lieveheersbeestjes.

Waarom aaltjes niet werken tegen bladluis

Aaltjes leven in vochtige grond en dringen insectenlarven binnen via lichaamsopeningen. Ze werken goed tegen bodembewonende plaaginsecten. Bladluizen verblijven echter op planten, ver buiten het bereik van nematoden. Zelfs als je aaltjes op het blad zou spuiten, droogt dit snel op en overleven de aaltjes de omstandigheden niet. Ze hebben een vochtige ondergrond nodig om te functioneren.

Kortom: aaltjes en bladluis bewonen een totaal andere leefomgeving. Het heeft dan ook geen zin om aaltjes in te zetten als je bladluis wilt bestrijden.

Larven van lieveheersbeestjes: de echte bestrijder van bladluis

De meest gerichte biologische bestrijding van bladluis op planten is het inzetten van larven van het lieveheersbeestje (Adalia bipunctata of verwante soorten). Een larve eet in zijn ontwikkeling honderden bladluizen. De larven zijn actief, bewegen zich snel door de plant en zoeken bladluizen actief op. Dit maakt ze bijzonder effectief, zeker in een beschermde omgeving zoals een kas of serre.

In de winkel zijn deze larven te koop als biologisch bestrijdingsmiddel, soms ook in combinatie beschreven als “aaltjes en larven lieveheersbeestje” op productverpakkingen. Die combinatie is bedoeld voor wie meerdere plagen tegelijk aanpakt: de aaltjes voor bodemplagen, de lieveheersbeestjeslarven voor bladluis. Ze werken dus naast elkaar, niet als één middel voor hetzelfde probleem.

Andere biologische opties tegen bladluis

Naast lieveheersbeestjeslarven zijn er meer biologische methoden die wél werken tegen bladluis:

  • Gaasvliegen (Chrysoperla): De larven van gaasvliegen eten net als lieveheersbeestjeslarven grote aantallen bladluizen. Verkrijgbaar als eitjes of larven.
  • Sluipwespen (Aphidius): Deze kleine wespen leggen hun eitjes in de bladluis, waarna de larve de bladluis van binnenuit opeet. Goed inzetbaar bij lichtere aantastingen.
  • Galmuggenmaden (Aphidoletes aphidimyza): De larven van de galmug verlammen bladluizen en zijn effectief bij dichte populaties.
  • Fysieke bestrijding: Bladluizen met een sterke waterstraal van de plant afspuiten werkt goed bij kleine aantastingen buiten.

Wanneer kun je wél aaltjes inzetten?

Aaltjes zijn zinvol als je last hebt van plaaginsecten in de grond. Denk aan larven van de taxuskever, emelten in het gazon, of de larven van de varenrouwmug in potgrond. Voor die problemen zijn nematoden een bewezen biologische oplossing. Je lost er geen bladluisaantasting mee op, maar ze kunnen een nuttige aanvulling zijn als je meerdere plagen tegelijk hebt.

Wil je zowel bodemplagen als bladluis bestrijden, dan combineer je aaltjes (voor de grond) met lieveheersbeestjeslarven of sluipwespen (voor het gewas). Beide koop je los of soms in één pakket bij tuincentra of gespecialiseerde webshops.

Kortom: zoek je aaltjes tégen bladluis, dan stuur je ze de verkeerde kant op. Kies voor lieveheersbeestjeslarven of een andere bladluisbestrijder die op het gewas actief is. Dat bespaart je geld en geeft een veel beter resultaat.

Scroll naar boven